“Het harde werk meer dan waard.”

Op de zondag dat de Blue Lions de terugkeer naar de hoogste afdeling kunnen verzekeren, is het enkele uren voor die wedstrijd al heel druk op Mariënborgh. Tientallen jeugdspelers (en heel wat minstens even fanatieke ouders) proberen hun OLVAC-stickercollectie te vervolledigen op de ruilbeurs. Supporters bespreken de kansen van het eerste elftal. We vinden met moeite een rustig plekje om de organisatoren van het OLVAC-tornooi aan het woord te laten.

Aan tafel zitten de organisatoren Franky Glas, Jafar Haverhals en Koen Bogaerts. Yari Rooms is er voor één keer niet bij als deze groep verzamelt. Samen vormen zij de kern van het organiserend comité. Franky Glas steekt van wal met een geschiedenisles: “Mijn zoon begon in 2010 op OLVAC te voetballen. Met zijn team speelde hij regelmatig op tornooien, maar OLVAC zelf had er geen. Ik vond dat jammer. Maar alles hangt af van de mensen, en wat ze willen. Toen ik enkele jaren later Jeffrey Verbeke leerde kennen, was hij meteen gewonnen voor het idee. Hij haalde Christophe Gils erbij en we waren vertrokken. Dat was in 2017, het jaar van de eerste editie. Het was meteen een schot in de roos.”

Ook Koen kwam via zijn voetballende zoon in contact met de tornooi-organisatoren: “Het was Jeffrey die me vroeg om de administratie van het tornooi te verzorgen en voor ik het wist, zat ik mee in het organiserend comité (lacht). Ondertussen was Joris Fuchs het team komen versterken. Het is hij die de hele vrijwilligerswerking rond het tornooi vorm heeft gegeven. Onvermoeibaar bleef hij talloze mensen persoonlijk aanspreken. Dat is een bepalende factor in het blijvende succes van ons tornooi geweest. Na de vorige editie heeft hij die fakkel aan mij en de rest van dit team doorgegeven.”

Jafar speelde bij Kon. OLVAC maar was wegens een blessure noodgedwongen gestopt. Om toch betrokken te blijven bij de club kwam hij drie jaar geleden helpen op het tornooi. “Op uitnodiging van Jeffrey, of wat had je gedacht. Het was hard werken maar ik heb me geweldig geamuseerd. Als nieuwkomer heb je altijd een frisse blik, en toen ik na het tornooi wat opmerkingen maakte over de planning van de velden, kleedkamers en scheidsrechters kreeg ik meteen een rol in de organisatie aangeboden. Zo gaat dat dan (lacht).”

Koen vult aan: “Met Yari liep het ook zo. Hij was vorig jaar de teamfoto’s komen nemen en zag dat niet alles optimaal georganiseerd was. ‘Negentig procent is niet genoeg, het moet honderd zijn’, zei hij. En voila, hij was betrokken bij de organisatie. Voor deze editie heeft hij een heel plan uitgewerkt zodat elke speler zeker een mooi aandenken aan ons tornooi heeft. Yari is ook heel sterk met digitale media, dat is zeker ook welkom. Zo zetten we iedereen in op z’n sterkte.”

Franky Glas weet: “Je hebt die mensen die er vol voor willen gaan echt nodig. Bij de voorbereiding komt ontzettend veel kijken. We zijn daar een heel jaar mee bezig. We beginnen eraan meteen na het tornooi. Dan zit alles nog vers in het geheugen en maken we de evaluatie. We gaan dan op zoek naar wat we de volgende keer beter kunnen doen.” Jafar valt hem bij: “Elk jaar zie je wel dingen waarvan je denkt: het is al goed, maar het kan nog beter. Dat geeft mij de motivatie om er telkens opnieuw in te vliegen.”

Het constant zoeken naar verbetering heeft ervoor gezorgd dat ons tornooi uitgroeide tot een begrip onder de Antwerpse tornooien. Koen: “Qua aantal deelnemers zijn we sowieso het grootste, ook al omdat we het drie dagen doen, wat eerder uitzonderlijk is. De meeste organisatoren gaan voor één, maximaal twee dagen. We hebben ook een goede naam. Wie komt, weet dat ze kwaliteit krijgen. Dat zorgt ervoor dat we altijd heel snel aanmeldingen hebben. Op dit moment zitten we al bijna helemaal volboekt. Wie er dit jaar nog bij wil zijn, zal zich moeten haasten. Maar het belangrijkste is misschien wel dat wij een tornooi voor iedereen organiseren. Eentje voor alle gewestelijke ploegen. We houden rekening met het niveau van de teams en proberen de reeksen zo in te delen dat elke speler kan genieten van voetbal. Onze nadruk ligt altijd op plezier.”

En dat plezier komt niet alleen uit het sportieve. Vorig jaar werd een ‘tornooidorp’ gebouwd op het grasveld tussen het eerste veld en de kunstgrasvelden. Eet- en drankstandjes, een plek om even uit te rusten, het wedstrijdsecretariaat, het podium voor de prijsuitreiking, de tombolastand, de muziek die Franky Glas er draait… Een voltreffer. Een plek om samen te komen. Een festivalgevoel ook. Dat concept wordt zeker herhaald. “Zelfs al moet ik daar net zoals vorig jaar een hele week water voor komen pompen”, lacht Jafar.

Het tornooi zelf, dat is bijzonder hard werken voor deze heren, zegt Franky: “Het is super vermoeiend. Maar het is het allemaal waard. Voor de club, voor de spelers. Die beleving en dat plezier zien bij de voetballers. Dan voel ik: hier wil ik elk jaar bij zijn!” En het zijn niet alleen de organisatoren die hard werken, weet Koen: “Het succes van ons tornooi staat of valt met de inzet van de vrijwilligers. Het totale aantal loopt in de honderden. Het is elk jaar een bewijs dat Kon. OLVAC een mooie, warme club is waar velen hun schouders willen onder zetten.” Jafar treedt hem bij: “Ik doe bij deze een warme oproep aan alle OLVAC’ers. Kom helpen! Wij hebben jullie nodig.”

Koen wil nog een belangrijk punt aansnijden: ‘Wist je dat wij een van de weinige organisaties zijn die geen inkom vragen? Zo zetten we ook op het tornooi die OLVAC-traditie voort. Voor de inkomsten rekenen we op de tombola en op de hapjes en tapjes. En op onze sponsoren natuurlijk.” Jafar, die ook de sponsoring van het tornooi in goede banen leidt, somt op: “Om te beginnen, heeft het OLVAC-tornooi een nieuwe naam! Voortaan spreken we over ‘Kon. OLVAC presenteert: de JAKO-Schaessens Cup’. Daarnaast zijn we heel blij met de bijdragen van Kärcher, Sportaria, Quick Wilrijk, Franky Glas en Hertz.”

De heren kijken ook al even naar de toekomst. Koen hoopt op een stabiel, goed draaiend tornooi waar elke OLVAC-ploeg aan kan deelnemen en dat een mooie afsluiter van het seizoen vormt. Jafar droomt van extra velden om een nóg groter evenement te kunnen organiseren. En Franky Glas kijkt al uit naar de vele feestjes om plaatjes op te draaien. Maar eerst: de editie 2025 tot een goed eind brengen. “Doen we”, klinkt het in koor.

Een uurtje of twee na het interview promoveren de Blue Lions. Franky Glas heeft meteen een extra feestje te pakken.

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

 

Vriendschap, vrolijkheid, voetballen

“We wisten niet hoe we moesten reageren bij een overwinning.”

We zijn wat te vroeg op de afspraak, dus pikken we nog gauw het laatste kwartier van de training mee. Eerste vaststellingen: er is een pak spelers aanwezig en het tempo in de onderlinge wedstrijd ligt hoog. Met het niveau is ook niks mis. We krijgen een paar fraaie doelpunten te zien, maar hét hoogtepunt is een flitsende dribbel die door alle spelers, ook de ‘tegenstanders’ op gejoel en andere kreten van bewondering wordt onthaald. Vergis je niet, dit is geen training van pakweg onze U8, waar een panna meer waard is dan scoren. We staan te kijken naar onze U21B.

Deze kerels zijn liefhebbers pur sang, dat voel je zo. De sfeer op het trainingsveld is top en dat is ze ook in Sportaria, waar we na de training enkele spelers aan het woord laten. Hilariteit alom als we aankondigen dat we in onze clubcommunicatie vaak aandacht schenken aan OLVAC-teams die de sportieve successen aan mekaar rijgen, maar dat we nu graag dit team in de kijker zetten. We moeten onze stem verheffen om eraan toe te voegen dat succes voor OLVAC niet alleen winnen betekent, integendeel. Plezier maken als team en genieten van voetbal en vriendschap, dat is wat we bij OLVAC altijd vooropzetten. En dan is er geen beter team dan dit om aan het woord te laten. “Dat is heerlijk om te horen”, is de repliek.

Een bont allegaartje, deze bende. Giovanni is de ouderdomsdeken van de ploeg, voetbalde vroeger bij OSTAN en speelt al twee jaar bij OLVAC. Hij maakte de overstap om met zijn vrienden te kunnen samenspelen. Michiel speelt al tien jaar op Mariënborgh en heeft nooit een andere club gehad. Hij komt sjotten “Voor de sport en voor mijn vrienden. Twee vliegen in één klap.” Coda speelde eerder bij Hoboken en Berchem en is aan zijn tweede seizoen in blauw en wit bezig. Seppe speelde ooit bij OLVE en is na een pauze van enkele jaren sinds begin van dit seizoen weer voetballer. Zijn vriend Noah overtuigde hem om aan te sluiten bij ons met de belofte dat de vibe heel goed zat. En dat klopte: “Ik voelde me vanaf de eerste minuut thuis,” zegt Seppe daarover. Thorsten, een routinier met vele OLVAC-jaren op de teller en kapitein van het team, bevestigt: ‘Dit is een echte vriendengroep. Ik kijk uit naar elke training en elke wedstrijd.’

Giovanni wil graag even onderstrepen dat het team ook sportief in de lift zit: “Hoewel we vorig seizoen nooit zijn weggespeeld, zijn we toch onderaan het klassement geëindigd, maar momenteel staan we op een gedeelde tweede plaats.” Coda vult aan: “Ik heb vorig weekend mijn eerste overwinning met OLVAC gepakt. Eerlijk, verliezen is niet tof, maar wij laten dat niet aan ons hart komen. Mentaal zijn we ijzersterk!” Michiel krijgt iedereen aan het gieren met zijn aanvulling: “Ja, dat was wel even wennen dit seizoen. We wisten niet hoe we moesten reageren op een overwinning.”

Seppe zet nog een typisch kenmerk van dit geweldige team in de verf: “Na de match komen we met een grote groep naar de kantine en ook buiten het voetbal spreken we vaak af.” Ook bijzonder: de trainer, Jafar, is van hetzelfde geboortejaar als de oudste spelers. Noah weet: “Jafar is echt deel van deze groep. Hij is meer een vriend dan een strenge trainer. Trouwens, streng zijn gaat nooit werken bij ons, maar dat is ook niet nodig. We lachen constant, maar zijn ook best gedisciplineerd.” Thorsten slaat nagels met koppen: “Het zegt alles dat er altijd meer dan twintig speler op de training zijn. Dat is de verdienste van Jafar.”

Als we vragen naar famous last words, neemt Giovanni resoluut het woord: “Wij spelen dit jaar los kampioen. En als dat gebeurt, dan gaat de tondeuse door het haar van elke speler.” Dat krijgen we dan zeker te zien op hun Instagramaccount. Meer dan de moeite waard om hen daar te volgen! Ze brengen hun fantastische benadering van de sport op geheel eigen wijze in beeld, en je kan er ook genieten van hun geweldige gevoel voor humor: ze omschrijven er zichzelf als de ‘JPL kampioen 2040’. 

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

 

Twee voorzitters, één doel

“Goesting, dat is het toverwoord.”

Na een training op een koude en natte winteravond haasten we ons naar De Lindekes voor onze afspraak met twee OLVAC-boegbeelden: Stijn De Ranter, die enkele maanden geleden afscheid nam als voorzitter, en Filip Verhelst, die de fakkel overnam. We nemen plaats, bestellen een warm drankje en klikken op ‘record’, klaar voor een dubbelinterview. Het zal niemand verbazen dat we geen van beide heren vragen moesten stellen. Ze vertellen spontaan hun verhaal, honderduit. Eerste weetje: ze zijn allebei geboren in 1978, speelden allebei bij OLVAC, en zaten toch nooit in hetzelfde team.

Filip: “Ik ben mijn voetbalcarrière begonnen KV Stanislas, het huidige OSTAN, omdat ik in het Stanislascollege naar school ging. Familie van mij speelde bij OLVAC en mijn oom was actief in de club, dus maakte ik algauw de overstap. Ik heb twee jaar gevoetbald bij OLVAC, bij de kadetten. Toen moest ik kiezen tussen voetbal en scouts en het werd het tweede.”

Stijn: “Heel herkenbaar! Mijn broer was een heel goede voetballer, speelde bij OLVAC en ik was supporter. Ik ben pas later actief geworden als voetballer, bij de scholieren. Ik kwam in een superleuk team terecht, allemaal jongens die graag sjotten zonder dat het de allergrootste voetballers waren. Plezier stond voorop. Ik heb na een viertal jaar ook voor de scouts gekozen.”

Filip: “Dat ging toen zo, zeker op OLVAC, waar er in die tijd een grote traditie was van allerlei buitenschoolse activiteiten die georganiseerd werden vanuit het college. De overgrote meerderheid van de spelers zat toen ook op het college. Ik was in die zin een buitenbeentje.”

Stijn: “Ik ben als jongvolwassene terug beginnen voetballen, bij DUBOCO, vandaag is dat OXACO-Boechout. Na een tijd stelde ik vast dat we daar met een tiental ex-OLVAC’ers speelden. We waren niet zo tevreden met het uur waarop we onze wedstrijden moesten spelen, dat was aan de vroege kant (knipoogt) en dan zijn we eens gaan polsen bij OLVAC. We werden met open armen ontvangen en de overstap was gauw gebeurd. Sommige spelers uit dat team zijn vandaag nog actief, in de veteranen A, een straffe prestatie! Ik heb mijn voetbalcarrière na een aantal jaren helaas vaarwel moeten zeggen na een vervelende blessure.”

Filip: “Ik ben iets later terug komen aanwaaien. Ik was vader geworden en ben door Caroline Suy, mijn nicht die zeer actief was binnen OLVAC, bij de geboorte min of meer verplicht een contract te ondertekenen, genre ‘als het voetballers worden, moeten ze bij OLVAC spelen’ (hilariteit). Maar zo werkt het ook wel, de keuze van club is, net als de schoolkeuze, vaak een familietraditie.”

Stijn: “Klopt. En dat model van school- en familietraditie heeft zeer lang standgehouden. Mijn zoon William is beginnen voetbalen in 2013. Uiteraard bij OLVAC, daar bestond geen twijfel over. Je kan je dat vandaag nog nauwelijks voortellen, maar toen was alles anders. Er waren geen spelvormen zoals twee tegen twee, drie tegen drie of vijf tegen vijf. Het was meteen zeven tegen zeven of elf tegen elf. Om voldoende spelers in zo’n team te hebben, combineerden we vaak meerdere geboortejaren.’

Filip: “Zo leer je wel snel heel veel mensen kennen. Dat is altijd de sleutel van een geslaagde samenwerking. Banden smeden, gemeenschappelijke ideeën ontwikkelen en er dan voor gaan.”

Stijn: ”Absoluut. Algauw ontstond er een groep van geëngageerde ouders waaronder veel ex-collegegangers wiens kinderen op OLVAC speelden. Een groep die ook wist te genieten van de ‘derde helft’ (lacht). Zo begon er wat organisch te groeien. Eenvoudige dingen als: ‘wie gaat ervoor zorgen dat we een extra speler van dat of dat geboortejaar kunnen rekruteren?’ En algauw werd onze betrokkenheid opgemerkt door het toenmalige bestuur. Toenmalig voorzitter Philippe Steger had in die tijd al te kennen gegeven plaats te willen maken voor nieuw talent en in onze groep hadden we al wel eens gesproken over het verder verhogen van ons engagement. Die gezellige bende van betrokken ouders heeft toen beslist om er met z’n allen samen voor te gaan.”

Filip: “Dat zie je vaak, dat de geschiedenis zich herhaalt. Ik zie wel wat verschil in de details, maar in grote lijnen is dit exact wat er de afgelopen jaren opnieuw gebeurd is. Al is het natuurlijk wel zo dat het OLVAC dat Stijn en zijn ploeg achterlaat een heel andere club is dan degene die zij erfden.”

Stijn: “Vergis je niet, de verdienste van de mensen die OLVAC naar de 21ste eeuw gebracht hebben, is enorm. Mariënborgh, dat was dé sportsite en OLVAC was een mooie, warme club. Maar het was ook wel nodig om een doorstart te faciliteren. Zo hadden we meteen duidelijke doelen als nieuwe bestuursploeg: aanbrengen van structuur in de vereniging, nieuwe leden rekruteren, ook van buiten het college, en het tweede en derde veld aanpakken. Die waren niet van de allerbeste kwaliteit.”

Filip: “De structuur die jullie toen hebben geïmplementeerd, hebben we zo goed als één op één gekopieerd. Die staat als een huis, heeft haar deugdelijkheid meer dan bewezen en dus was er voor ons geen enkele reden om het warm water op nieuw te willen uitvinden.”

Stijn: “Onze aanpak had succes. Op zeer korte tijd zijn we dan explosief gegroeid. We spreken over tientallen extra leden per jaar. De organisatiestructuur en infrastructuur daarop laten volgen was een zeer grote uitdaging. Maar dankzij het engagement van vele leden, niet alleen in de bestuursploeg, hebben we toch mooie resultaten kunnen halen. Met name over de aanleg van de nieuwe velden durf ik zeggen dat er fantastisch werk geleverd is. Daar komt heel wat bij kijken, juridisch, vergunningsbewijs, bouwtechnisch. Daar hebben we een projectteam voor opgericht en die ploeg heeft zeer goed en zeer snel gewerkt.”

Filip: “Als club zijn wij al die mensen dan ook zeer erkentelijk, voor alles wat ze gedaan hebben. Ze hebben een blauwprint gemaakt van hoe het moet. Zij hebben getoond dat je kan en mag en moet ambitieus zijn. Alles is mogelijk, als je het goed aanpakt en samenhorigheid weet te creëren. Wij kiezen onze eigen accenten, maar wijken niet af van de ingeslagen weg.”

Stijn: “Je moet af en toe ook durven de hand in eigen boezem steken. Vanaf 2019 begonnen de eerste leden van onze groep af te haken. Dat is op zich niet meer dan normaal. Je ziet dat doelen bereikt worden en denkt ‘wat nu?’. Die gaten die ontstonden, hebben we niet goed genoeg gedicht. Zo kwam er steeds meer op steeds minder schouders terecht, en dan wordt het gevaarlijk. Vrijwilligers, betrokken leden, dat zijn de bouwstenen van de vereniging, maar het gevaar voor overdaad loert altijd om de hoek. Dat is iets om goed te bewaken. Hoe groter het team, hoe lichter de last, hoe groter de lust.”

Filip: “En net zoals Stijn dik tien jaar geleden, voelde ik dat er nood was aan een nieuw, verbindend project. Stijn en ik zaten ook wat dat betreft meteen op dezelfde lijn.”

Stijn: “Als je ziet dat er een nieuwe ploeg klaarstaat die er echt vol wil voor gaan, allemaal super gemotiveerde mensen, dan moet je niet twijfelen. Goesting, dat is het toverwoord, altijd en overal.”

Filip: “Voila! En wij willen verder bouwen op dat wat er vandaag staat. We hebben heel wat plannen. We willen blijven groeien, dat is absoluut noodzakelijk. Je ziet veel kleine clubs die het steeds moeilijker hebben om het hoofd boven water te houden. Daarom mikken we op uitbreiding. Daarbij denk ik in de eerste plaats aan het damesvoetbal. Dat is iets wat echt in het OLVAC-DNA zit. We leveren daar prachtig werk en willen onze stempel daar absoluut blijven drukken. We gaan ook inzetten op inclusiviteit en breiden daarom ons aanbod uit met G-voetbal. Als je dat allemaal weet, is het ook vanzelfsprekend dat we blijvend gaan investeren in onze infrastructuur. Zo kunnen we ons sportief project blijven uitbouwen. We willen dé referentieclub zijn en blijven voor jeugd- en volwassenenvoetbal.”

Stijn: “Het zou ook fantastisch zijn als onze Blue Lions hun plaats in de hoogste afdeling weer konden innemen. We staan er goed voor, dus we leven op hoop!”

Filip: “Daar heb ik alle vertrouwen in. Zonder druk te leggen evenwel, we keren terug op het topniveau als het team daar klaar voor is. We zien wel wanneer dat is. Er komen ook een paar mooie symbolische datums aan. In 2027 bestaan we 70 jaar. We willen daar een feest- en jubileumjaar van maken dat ineens ook een generale repetitie is om het 75-jarig bestaan met een knaller te vieren.”

Stijn: “En ik neem mijn nieuwe rol op. Terug waar het allemaal begon: als supporter van OLVAC. Je zal me nog vaak zien. Op de wedstrijden, op het fantastische tornooi dat elk jaar opnieuw toont wat voor een prachtige club we zijn, en op het Bal Bleu. Dat was nog eens een feestje! Dat wil ik zeker niet missen.’

Filip: “Wat ons uiteindelijk verbindt, dat zijn onze waarden. Wij verenigen mensen met een open blik, die sportief zijn en respect tonen, die plezier willen beleven en creëren, die betrokken zijn en dat uiten door samenwerken en doorzetten.”

Stijn: “Dat zijn mooie woorden om mee af te sluiten, maar sorry Filip, ik wil voor de laatste keer het laatste woord, beloofd (beide schieten in de lach). Ik moet gigantisch veel mensen bedanken. Het feit dat ik hier vandaag alleen zit, dat klopt eigenlijk niet. Wat wij gedaan hebben en wat jullie gaan doen, dat is een teamprestatie. Iedereen die met mij meegewerkt heeft aan het project, bedankt, ongelooflijk bedankt, allemaal!”

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

 

Louis, ons jongste lid

“Op een echt veld spelen is het allerleukst”

Ken je Louis al? Vier jaar is hij, en van de 696 leden van OLVAC is hij de jongste! Op woensdagnamiddagen komt hij naar de Multimove sessie, dus gingen wij daar ook heen om eens te horen hoe leuk dat is, voetballer zijn. In tv-programma’s als Extra Time of podcasts als MIDMID wordt soms tot vervelens toe doorgeboomd over voetbal. Louis doet daar niet aan mee. Hij geeft korte, snedige antwoorden. Heerlijk!

Wat een mooi truitje heb jij aan, Louis.

Louis: ‘Ja! Mijn grote broer heeft er ook één.’

Wat vind jij zo leuk aan voetballen?

Louis: ‘Met de bal spelen en scoren. Op een echt veld spelen is het allerleukst.’

Kijk je ook naar voetbal op TV?

Louis: ‘Ja, ik supporter voor Antwerp.’

Wie is jouw favoriete speler?

Louis: (twijfelt even) ‘Ronaldo.’

En heb je ook een favoriete Rode Duivel?

Louis: ‘Ja, Kevin De Bruyne. En Romelu Lukaku.’

We wilden nog een vraag stellen over zijn prachtige voetbalschoenen, maar Louis was niet meer te houden. Hij wil sjotten. Terecht! Mama Elke vult aan: ‘Hij draagt vandaag voor de eerste keer echte voetbalschoenen, met noppen. Daar keek hij al lang naar uit.’ Ze vertelt ook nog dat het blauwwitte gevoel in de familie zit: ‘Louis’ oom was speler van OLVAC en hij is super fier dat zijn neefjes vandaag de traditie voortzetten.’

We willen iedereen aanraden om eens een Multimove sessie mee te pikken. De passie en het plezier van spelers en begeleiders zijn ongeëvenaard. En wat meer is, hier groeit de toekomst van OLVAC!

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

 

OLVAC luistert

“Op ons kan je vertrouwen”

Sinds het seizoen 23-24 verplicht Voetbal Vlaanderen elke voetbalclub om een Aanspreekpersoon Integriteit, kortweg API aan te stellen. De club-API moet er voor zorgen dat elke speler en speelster in een veilige en inclusieve sportomgeving kan voetballen. Wij spraken met Jeroen en Joke, die deze rol bij OLVAC op zich nemen.

Laat ons beginnen bij het begin: stel jezelf eens voor.

Joke: ‘Ik ben Joke Diels, mama van twee OLVAC-jeugdspelers. In het dagelijks leven ben ik maatschappelijk werker bij de Stad Antwerpen. Het is vanuit die insteek, als mama maar ook als deskundige dat ik de rol van API opneem.’

Jeroen: ‘Ik heet Jeroen Stevens. Ik ben actief in de sportieve werking van de club en professioneel werk ik als leidinggevende bij de sociale dienst van de jeugdrechtbank. Mijn specialisatie is jeugdbescherming. Dan is de link naar de functie van API gauw gelegd denk ik.’

Zijn jullie de enige API’s van OLVAC?

Joke: ‘Nee, we zijn met z’n vieren. Fatiha Lamghari is een leerkracht lager onderwijs en Liesbeth Verpooten is huisarts. Zij zijn beiden ook OLVAC-voetbalmama’s.’

Jeroen, jij was hier al van voor de verplichting mee bezig?

Jeroen: ‘Absoluut. Ik doe dit al enkele jaren. Mag ik meteen zeggen dan ik de term API een beetje ongelukkig gekozen vind? Ik spreek liever over vertrouwenspersoon. Dat is een term die voor veel mensen wellicht bekend in de oren klinkt. Maar goed, Voetbal Vlaanderen heeft voor API gekozen, dus doen we het daarmee.’

Vertel eens, wat is een API?

Jeroen: ’Een API is een laagdrempelig aanspreekpunt waar sporters, ouders, trainers, bestuurders, vrijwilligers, kortom iedereen die bij OLVAC betrokken is, terecht kunnen met hun vragen, vermoedens of klachten over grensoverschrijdend gedrag.’

Joke: ’Wij zijn in de eerste plaats een luisterend oor. Wie ergens mee zit, kan bij ons terecht. Als  je voelt dat op één of andere manier jouw grens overschreden is, op eender welk domein, en je vindt het moeilijk om er binnen het eigen team over te praten, spreek ons dan aan. Je kan met eender welke vraag bij ons terecht, zolang het maar aan OLVAC gerelateerd is.’

Hoe kan men jullie contacteren?

Joke: ’Je kan ons aanspreken of een melding doen via de website (zie onze API-pagina, nvdr).

En wat gebeurt er dan?

Jeroen: ’Nogmaals, we laten je altijd eerst aan het woord. We luisteren zonder jouw verhaal in vraag te stellen. We zijn er om te helpen, niet om te oordelen. We nemen elke melding ernstig. Als dat nodig is, verwijzen we je door naar gespecialiseerde hulpverlening.’

Joke: ’Inderdaad, wij zijn een aanspreekpunt, geen hulpverleners of onderzoeksrechters. En al helemaal geen sensatiejournalisten. Je mag op onze absolute discretie rekenen!’

Jeroen: ’Elke melding wordt door alle API’s samen behandeld, we werken als een team. Dat betekent niet dat je jouw verhaal moet komen doen voor ons vieren. Je kan zelf kiezen bij wie je je het prettigst en veiligst voelt. Met die persoon kan je dan in gesprek gaan.’

Joke: ’Die veilige omgeving is zó belangrijk! Je mag op je twee oren slapen: enkel de API’s hebben toegang tot de API-mailbox en eventuele verslagen. Wij werken volledig autonoom.’

Dat is een pittige verantwoordelijkheid!

Joke: ’Klopt, maar het is van het allergrootste belang dat er binnen OLVAC een veilig en open klimaat heerst. Daarvoor doen we het. We willen ons steentje bijdragen aan een positieve en fijne voetbalomgeving voor iedereen.’

Hoe zien jullie deze opdracht verder evolueren?

Jeroen: ’Op termijn willen we een volwaardige sociale cel uitbouwen, die ook ruimere thema’s kan behandelen. Maar we willen niet lopen voor we kunnen staan. Alles op zijn tijd. Deze eerste stap is van het grootste belang, die willen we eerst verankeren in de werking van onze club.’

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

 

De OLVAC Meisjes onder 16 zeggen waar het op staat

“Ik hou van iedereen hier”

Een maandagavond in september. Het is een drukte van jewelste op de Wilrijkse Pleinen. Eén van de velden wordt ingenomen door de dames van OLVAC. Onze MU13, MU16 en MU20 zijn aan het trainen. We zijn wat aan de vroege kant en hebben tijd om onze train(st)ers en speelsters bezig te zien. Wat meteen opvalt: een ongelooflijk positieve sfeer. Er wordt veel plezier gemaakt en gelachen. De geweldige vibe blijkt een voedingsbodem voor knap voetbal. Technisch verzorgd, prima samenspel en een duidelijk doel: aanvallen! Het plan was om na de training twee speelsters van de MU16 samen met hun coach Samir aan het woord te laten. Maar het enthousiasme is zo groot dat we binnen de kortste keren omsingeld worden en dan maar besluiten om de groep te interviewen.

Maryam vertelt waarom ze graag voetbalt: ‘Het is een fijne sport. De sfeer in ons team is top, het zijn allemaal leuke meisjes en we hebben goeie coaches. Ik vind het ook heel prettig om sportief bezig te zijn na een lange dag op de schoolbanken.’

En voetbal bij OLVAC heeft iets extra, zegt Douae: ‘Wat ik leuk vind aan OLVAC is mijn team. Ik hou van alle spelers, mijn coaches, van iedereen hier. Zij zijn de reden waarom ik bij OLVAC speel.’

Hasse sluit zich daarbij aan: ‘Dit is mijn derde jaar dat ik voetbal. Ik ben begonnen bij OLVAC en ik ga hier nooit weg.’

Dat een goeie sfeer helpt om als team te groeien, weet ook Hanae: ‘De training vandaag was supertof. We hebben heel goed samen gespeeld, we bouwen aan een écht team.’

Sumaya kijkt al vooruit naar komend weekend: ‘We spelen tegen Duffel. Ik speel graag wedstrijden. Ik ben er altijd klaar voor.’

Het laatste woord is voor coaches Siham en Samir, die breed glimlachend aan de kant staan te genieten: ‘Jongens- en meisjesvoetbal, dat is evenwaardig. Je hebt het gezien, meisjes kunnen ook voetballen! Kom maar op!’

Zoals zovele OLVAC-vrijwilligers zijn ook zij ‘erin gerold’ maar dat betekent in geen geval dat ze het vrijblijvend aanpakken: ‘We moesten er zelfs niet over nadenken om de taak als coach op te nemen. Alles vertrekt vanuit de passie voor de sport en het plezier dat je vindt in het werken met jongeren. Het gaat niet over voetballen alleen. Er is ook het pedagogisch aspect, het steunen en ondersteunen van jongeren en ieders unieke talenten naar boven helpen halen. Willen winnen en kunnen verliezen, ook dat zijn leerprocessen waar wij onze speelsters in bijstaan. Zo’n zaken komen ook van pas in het dagelijkse leven.’

De verwachtingen naar de speelsters zijn helder: ’Plezier vinden in voetbal, dat staat bovenaan. Discipline en respect, daar hameren we ook op. Dan volgt de rest vanzelf.’

Beiden zijn duidelijk aan rolmodel voor alle speelsters. En hun aanpak loont: ‘Ondertussen telt het team maar lieft 15 meisjes! Het is fantastisch om hen elke training, elke match te zien groeien, dat geeft veel voldoening. We zijn zo blij met ons dreamteam, het is echt een genot om hen te zien samenwerken en mekaar te appreciëren en respecteren.’

En dat was het. Nog nooit een interview gedaan dat zó snel voorbij was. Meer moet het ook niet zijn, toch? Alles is gezegd op een paar minuutjes. Zo eenvoudig kan het soms zijn. Zo puur ook.

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

 

Gabriël Papanikitas en Patrick Willemarck, gewezen scheidsrechters

“Scheidsrechters beslissen in een fractie van een seconde. Dat is niet altijd vanzelfsprekend.”

Het is warm op het terras van de Sportaria. De zomer is in het land, Mariënborgh ligt er verlaten bij, het is er stil. Daar brengen we verandering in door Gabriël en Patrick aan het woord te laten. Beide heren zijn sinds kort scheidsrechter af en vertellen twee uur lang vol vuur over hoe hun hobby hun passie werd.

Vertel eens hoe het begon.

Patrick: “Ik kwam als voetballer niet aan de bak op het niveau dat ik wilde. Toen ik een aankondiging in de krant zag ‘scheidsrechters gezocht’, ben ik eraan begonnen, puur uit interesse. Ik heb een cursus gevolgd en was vertrokken. Dat was in 1979.”

Gabriël: “Ik ben beginnen voetballen samen met mijn tweelingbroer Dimitris (sinds dit seizoen T1 van de Blue Lions, nvdr). Ik speelde bij Valaarhof en Olympia Wilrijk maar ik was niet gedreven, ik kon ook niet zo goed voetballen. Omdat ik wel gek was van de sport, heb ik op mijn 22ste beslist om scheidsrechter te worden.”

En dat is niet de enige parallel, toch?

Gabriël: “Klopt. We hebben allebei snel carrière gemaakt. Ik was zeer gedreven en werd algauw opgemerkt. Ik werd meteen intensief begeleid en voor ik het wist, floot ik wedstrijden van eerste ploegen in provinciale. Als ik daar nu op terugkijk is dat voor mij misschien iets té rap gegaan. Er kwam veel druk bij kijken.”

Patrick: “Dat is ook zo. Scheidsrechters moeten belangrijke beslissingen nemen en krijgen daarvoor maar een fractie van een seconde. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. En iedereen weet dat interpretaties kunnen verschillen.”

Gabriël: “Een fout maken is normaal, een scheidsrechter is een mens."

Patrick: “Vergeet niet: scheidsrechters willen ook maar gewoon plezier hebben in hun hobby."

Gabriël: “Wij houden even veel van voetbal als de spelers!”

Daarna is jullie carrièrepad wel anders gelopen.

Gabriël: “Ik studeerde nog toen ik scheidsrechter werd, onder andere in het buitenland, en ik heb uiteindelijk gekozen om me toe te leggen op studeren en werken. Daarom ben ik van de Belgische Bond naar het toenmalige KVV gegaan (Katholieke Vlaamse Voetbalbond, nvdr), daar was de druk minder. Je kon daar ook al eens een wedstrijd overslaan als het werk dat eiste.”

Patrick: “Ik ben blijven fluiten in het provinciale voetbal tot ongeveer 2000. Omwille van een knieblessure ben ik assistent scheidsrechter geworden, dat vergde minder van mijn lichaam. Mijn hoogst gehaalde niveau daar was bevordering (nu Tweede Amateurafdeling, nvdr). Ik heb dat gedaan tot 2010. Toen moest ik stoppen bij de Belgische Bond omdat ik intussen ook tot Referee Observer Futsal was benoemd en deze functie niet mocht gecombineerd worden met de job van scheidsrechter bij de KBVB. In 2011 ben ik dan scheidsrechter geworden in het KVV, daar mocht ik die combinatie wel maken.”

Jij was dus ook actief in het Futsal, Patrick.

Patrick: “Daar ben ik in 1985 mee begonnen. Daar lukte het ook aardig en in 1997 werd ik FIFA scheidsrechter. Dat betekent dat je internationaal fluit. Ik heb veel van de wereld gezien. In Europa heb ik maar drie landen niet bezocht: Albanië, Kosovo en Georgië. In 2006 moest ik stoppen omdat ik de leeftijdsgrens bereikte.”

Dan heb je wel één en ander meegemaakt.

Patrick: “Dat kan je wel zeggen. Om te beginnen is het niveau van zaalvoetballers in professionele competities zoals in Spanje, Portugal, Italië, Kroatie en Rusland waanzinnig. Als Messi eens een hoogstandje doet, zeggen voetbalsupporters ‘wauw’, maar dat zie je in het Futsal twintig keer per match. En dan is er het publiek. In 1998 floot ik de Intercontinental Cup, de kampioen van Europa tegen die van Zuid-Amerika. Moskou tegen Mineira, in een zaal voor 14.000 man. Ik garandeer je, ik heb nog nooit zo hard op m’n fluitje moeten blazen. Je hoort jezelf gewoon niet in die heksenketel.”

Was dat het hoogtepunt van je loopbaan?

Patrick: “Eén van de. Ik heb in 2001 op de UEFA Futsal Euro gefloten. In Moskou was dat. En in 2003 floot ik in Napels de halve finale van die editie van dat tornooi, Tsjechië tegen Oekraïne. Maar het absolute hoogtepunt voor mij was de finale van de Futsal Champions League in 2004. Benfica tegen Madrid, voor 8.000 knotsgekke supporters.”

Jij was een topper!

Patrick: “Ja, maar je moet ook wat geluk hebben. Ik had die finale in 2004 nooit gefloten als het Belgische Action 21 Charleroi in de halve finale niet was uitgeschakeld.”

En jij, Gabriël?

Gabriël: “Ik zat bij de hoogst gerankte scheidsrechters van het KVV en heb meer dan een kwarteeuw op het het hoogste niveau gefloten. Vorig seizoen floot ik mijn laatste wedstrijd op dat niveau, op Mariënborgh nog wel, OLVAC tegen OSSMI. Je weet wel, de wedstrijd die de degradatie van OLVAC bezegelde. Nu fluit ik enkel nog de reserven op zondagvoormiddag, gewoon omdat ik het niet kan laten.”

Patrick, je sprak er al eerder over, na je carrière werd je observer.

Patrick: “Juist. Dat doe ik sinds 2006, nationaal voor KBVB en internationaal voor UEFA in het Futsal. Ik werd toen ook Instructor Futsal Referees voor de FIFA, wat mij fantastische ervaringen in Zuid-Amerika, Azië en Afrika opleverde. Bij de FIFA hield ik er in 2015 mee op, voor UEFA Futsal en KBVB ben ik nog steeds actief. Ik doe dat graag. Ik kan er mijn kwaliteiten die ik als scheidsrechter etaleerde toepassen: goed met mensen kunnen omgaan en problemen oplossen. Emotie van protest weten te onderscheiden. Dat is uiteindelijk wat een goede scheidsrechter kan en doet.”

Gabriël: “Dat is waar wat je zegt, Patrick. Een goeie scheidsrechter blijft zichzelf, luistert niet naar spelers en zeker niet naar het publiek en fluit z’n eigen match, in eer en geweten. En als je dan ook nog respect toont, krijgt je dat terug.”

Wat is jullie link met OLVAC?

Patrick: “Ik was eerst aangesloten bij KFC Turnhout en kon toen dus nog wedstrijden van OLVAC leiden. Toen mijn kinderen begonnen voetballen bij OLVAC maakte ik de overstap en mocht dat uiteraard niet meer. Ik heb op OLVAC vanalles gedaan, ik was één van die vele vrijwilligers die zo typisch zijn voor deze club. Teams begeleiden, chauffeur spelen, elke week zat mijn auto stampvol, wat administratie doen. Ik deed dat allemaal graag, uit overtuiging.

Gabriël: “Ik was aangesloten bij Vremde, dus floot ik ook regelmatig wedstrijden van OLVAC. De vrijwilligerswerking, die ken ik ook. Op een blauwe maandag ben ik hier nog trainer van de scholieren geweest.”

Wat vinden jullie als scheidsrechter van onze club?

Gabriël: “Toen ik daarnet sprak over mijn laatste wedstrijd, heb ik niet alles verteld. OLVAC degradeerde dus , maar ze bleven correct en respectvol naar mij als scheidsrechter toe. Dat is typisch OLVAC. Willen winnen, kunnen verliezen en FairPlay en respect boven alles.”

Patrick: “Ik heb op OLVAC nooit ouders of supporters gehoord die zich roerden. Iedereen is hier altijd zeer sportief, respectvol en beleefd. Ik heb hier nooit problemen ondervonden. Er is wel nog werk bij de ontvangst van de scheidsrechters en dan vooral in de begeleiding van scheidsrechters na afloop van de wedstrijd. Iedereen doet zijn best, maar daar kan OLVAC nog wel wat stappen in zetten. Maar naar ik hoor, zijn jullie daarmee bezig.”

Gabriël: “Dat is precies wat ik ga doen. Ik ga aan de slag als scheidsrechtersbegeleider, in de eerste plaats om de scheidsrechters voor en na de thuiswedstrijden van de Blue Lions te ontvangen maar ook scheidsrechters die bij OLVAC zijn aangesloten te begeleiden." 

Patrick: “Dat is superbelangrijk. Scheidsrechters mogen niet aan hun lot worden overgelaten. Een hartelijke, professionele verwelkoming en een waardering voor je prestatie achteraf, dat is onbetaalbaar.”

Gabriël: “En het zit ‘m in de details. Een hand geven na de match, wat ook het resultaat was. Maar zoals ik al zei, dat zit al wel goed bij OLVAC, op dat punt is de clubcultuur een voorbeeld voor velen.”

En stopt jouw taak daar, Gabriël?

Gabriël: “Nee, ik ga ook de terrein- en ploegafgevaardigden begeleiden. Zij zijn een belangrijke schakel is ons positieve verhaal naar de scheidsrechter. We gaan samen voor zorgen dat de niet-sportieve omkadering van de teams, alles wat te maken heeft met administratie en organisatie dé referentie in de regio wordt. En we gaan daar in slagen. Als je het niveau ziet dat hier al gehaald wordt en de tomeloze inzet van de vrijwilligers voelt, dan weet ik, dit komt goed.”

Patrick, heb jij nog een boodschap voor beginnende scheidsrechters?

Patrick: “In de eerste plaats: geniet van je hobby. Als je het goed aanpakt, zal je overal gerespecteerd worden, daar zijn Gabriël en ik het levende bewijs van. En als je de top wil bereiken, begin er dan zo snel mogelijk aan. Doe het als tiener, anders ben je te laat. En daarnaast kan ik alleen maar zeggen, doe je best, leer leven met tegenslagen, leer uit je fouten, durf hoge doelen stellen, geloof in jezelf. En zorg dat je fysiek in orde bent, een scheidsrechter op topniveau moet niet alleen blijvend de spelregelkennis aanscherpen maar ook een atleet zijn.”

En nu?

Patrick: “Het is mooi geweest. 65 vind ik een goeie leeftijd om te stoppen. Ik wil mijn tijd doorbrengen met mijn vrouw, die mij altijd gesteund heeft, en genieten van mijn kleinkinderen. Het is aan anderen nu.”

Gabriël: “Ik vlieg er gewoon in. Knallen met den OLVAC.”

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.

 

Dimitris Papanikits, nieuwe T1 van de Blue Lions

“Blij om terug te zijn”

Op 22 juli, precies op zijn vijftigste verjaardag, spraken we met Dimitris Papanikitas, de nieuwe hoofdtrainer van het eerste team van Kon. OLVAC, de Blue Lions. Dat hij net op deze dag tijd vrijmaakte voor een interview, zegt veel over zijn motivatie. “Ik steek er veel tijd in, maar ik doe het graag. Het is mijn passie,” is zijn nuchtere kijk.

Update eind september 2024: de samenwerking met Dimitris is stopgezet.

Dimitris is een man die je niet veel vragen moet stellen. Hij steekt meteen van wal: “Ik ben vrij laat beginnen voetballen. Ik was al 16 toen een vriend me meenam naar OLVAC. Ik kwam in een heel sterk team terecht en groeide later via de junioren door naar het eerste team. Een geweldige tijd was dat. Ik speelde ook nog bij de reserven van Aartselaar, dat kon toen nog omdat de clubs in verschillende bonden uitkwamen.’

Zijn trainerscarrière begon al heel vroeg. “In het seizoen '93-'94 begon ik als trainer bij OLVAC. Ik werd trainer van de allerjongste voetballertjes, in die tijd heette dat de duiveltjes. Ik behaalde toen ook mijn eerste trainersdiploma, Initiator C. Ik ben dat team 11 jaar blijven leiden en kreeg van OLVAC ondertussen de kans om mijn volgende diploma’s te behalen, Instructeur B en UEFA Trainer B. Dankzij de ondersteuning van OLVAC heb ik zo de basis gelegd om carrière te kunnen maken als trainer. OLVAC stond open voor mijn overgang naar ‘den Belgische’ (de KBVB, nvdr) en zo heb ik ervaring kunnen opdoen bij jeugdteams van Belgica Edegem en KV Mechelen en de eerste ploeg van Verbroedering Hemiksem.”

Voetbaldier Dimitris heeft een goed oog voor talent. “Op een pleintje op het Valaar ontdekte ik Derrick Tshimanga. Ik werd in 2002 jeugdcoördinator bij FC Duffel en nam hem daar mee naartoe. De resultaten in Duffel waren indrukwekkend, al zeg ik het zelf. We hadden een goeie strategie en slaagden erin om heel sterke jeugdteams uit te bouwen. Maar het was natuurlijk vooral Derrick die opviel, de ploegen stonden aan te schuiven om hem in te lijven, zelfs internationale topclubs. Ik ben samen met hem naar Lokeren getrokken. Ik werd trainer van de scholieren en later van de UEFA junioren. Derrick speelde toen al in de eerste ploeg. Dat hij later een mooie carrière maakte (Derrick speelde na Lokeren achtereenvolgens bij Racing Genk, Willem II, OHL, Beveren en Beerschot, waar hij net voor één seizoen heeft bijgetekend. Hij haalde ook één cap bij de Rode Duivels, nvdr), daar ben ik fier op.”

De combinatie privé, werk en voetbal op hoog niveau woog echter zwaar. “Ik zag het vele reizen en de ontelbare uren in de file niet meer zitten. Ik was dan ook heel blij toen OLVAC me vroeg om de eerste ploeg te komen trainen. Ik had veel te danken aan OLVAC en kwam maar wat graag terug op het oude nest. We speelden toen in de eerste afdeling en misten in het eerste seizoen de promotie naar de ere-afdeling maar net. Pas op de laatste speeldag viel het verdict. Het seizoen erna speelden we los kampioen, ik denk dat de tweede op veertien punten stond. In mijn derde seizoen draaiden we mee aan de top van ere-afdeling, maar kort voor het einde van het seizoen kwam er zand in de motor en zijn OLVAC en ik voor een tweede keer uit mekaar gegaan. Ik ging aan de slag bij de U17 van Beveren en had daarna nog een korte passage bij Berchem Sport.”

Daar had hij een zeer slechte ervaring en hield bij het voetbal voor bekeken. “Ik heb nog andere passies in het leven. Ik heb een enorm collectie handtekeningen van celebrities, ben bezeten van het werk van Panamarenko en tussendoor presenteerde ik af en toe op Radio Minerva.” Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan, en toen OLVAC onlangs opnieuw aanklopte, sloeg de vlam weer in de pan. “Het contact met OLVAC is altijd wel blijven sluimeren. En nu was de tijd rijp. Ik zeg het nog eens, ik heb zoveel te danken aan OLVAC, ik kwam met plezier terug. Ik ben er ook meteen ingevlogen. We hebben een uitgebreide staf samengesteld, allemaal mensen die een positieve voetbalvisie delen. Begin juli hebben we kennismakingstrainingen georganiseerd en fysieke en technische testen afgenomen van een zeer ruime groep spelers.”

Dimitris is ambitieus, maar ook realistisch. “Een ploeg die gezakt is overnemen, is geen cadeau. Maar we benaderen het positief. We zijn ervan overtuigd dat we, hoewel we met een zeer jonge selectie werken, voldoende kwaliteit in huis hebben om een goed seizoen te draaien. Of dat wil zeggen dat we meteen onze plaats in de hoogste afdeling gaan opeisen, valt af te wachten. Er is geen druk om te promoveren. We willen enkel een sterk team uitbouwen dat later in staat moet zijn terug te keren op het hoogste niveau.”

Over hoe hij dat voor mekaar wil brengen, heeft hij duidelijk nagedacht. “Voor mij is er een pool van 35 spelers die in aanmerking komen voor de Blue Lions. We zoeken niet per se de beste spelers, wel de meest complementaire. Het heeft geen zin om vijf spelers die op positie 6 spelen in je selectie te hebben. Spelers moeten op hun beste plaats kunnen spelen. We rekruteren die spelers uit de bestaande kern, uit de U21 en zelfs uit de U17. Met name voor de jongste spelers zorgen we ervoor dat ze alle tijd hebben om zich te ontwikkelen.”

En dan, de bus parkeren en op de counter spelen? Dimitris moet eens goed lachen. “Het systeem dat je speelt, hangt af van de spelers die je ter beschikking hebt. We willen 4-3-3 spelen maar als het moet spelen we in een 4-4-2 of 3-5-1 opstelling. Maar los daarvan willen we aanvallend voetbal brengen, met balbezit op de helft van de tegenstander, dominant zijn.” Onze nieuwe T1 komt helemaal op dreef: “Heb je de match gezien van de Rode Duivels op het EK tegen Roemenië gezien? Dàt willen we. Baas zijn, de tegenstander kapot pressen, gezonde agressiviteit. Wij willen natte truitjes zien, fierheid op het embleem. Wij zijn misschien wel gezakt maar dat wil niet zeggen dat we niet kunnen sjotten. En al helemaal niet dat we ons gaan laten doen. We gaan goeie afspraken maken over de organisatie, hard werken en van daaruit attractief voetbal brengen.”

“Die 4-3-3 moet doorgetrokken worden naar onze jeugd, zo willen we ze opgeleid zien, dat ze in dat systeem kunnen spelen. Maar het tactische aspect is ondergeschikt aan het technische. Alles begint bij een goede basistechniek. Tweevoetigheid, dat is zò belangrijk. Daar moeten we in de jeugd maximale aandacht aan besteden. En natuurlijk, in de allereerste plaats aan plezier maken met vrienden. Voetbal is vriendschap! En voor wie de ambitie heeft en er hard voor wil werken heb ik goed nieuws. Je zal je kans in de eerste ploeg krijgen!” Dimitris prijst de jeugdwerking van OLVAC: “Er wordt ontzettend goed gewerkt in onze club. Nagenoeg de volledige kern van de Blue Lions bestaat uit zelf opgeleide spelers. Allemaal diamantjes, die gasten kunnen sjotten! Dat zegt toch iets over de kwaliteit van de opleiding, die zit echt wel goed. Ik heb zelf jarenlang jeugdspelers opgeleid en ik kan zeggen: we mogen fier zijn op wat we met OVLAC realiseren.”

Na het interview en de fotosessie nemen we afscheid. Voor het afrijden van de parking van Mariënborgh komt hij nog gauw een laatste boodschap meegeven. “Schrijf zeker op dat ik een vrijwilliger ben. Ik ben één van die zovelen die zich belangeloos en met hart en ziel inzet voor blauw en wit. Want dat is toch de échte kracht van Den OLVAC, één grote familie die samen aan iets moois bouwt.”

Wil je de nieuwe interviews die we hier publiceren zeker niet missen? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief.